GIM resultaten service (GRS)
GRS biedt het intermediair de mogelijkheid om bestanden bij een verzekeraar op te halen. Deze bestanden kunnen prolongaties, offertes en dergelijke bevatten. De resultaten worden door de verzekeraar beschikbaar gesteld. Dit kan door de verzekeraar zelf worden gedaan of door een derde partij die GRS ondersteunt. De GRS kent meerdere functies; de verzekeraar is vrij in de keuze welke functies hij wil ondersteunen
GRS Standaard voorziet in afspraken om grootschalig (a) digitale documenten te distribueren en (b) documenten bij ontvangst waar mogelijk (deels) geautomatiseerd af te handelen.
-
Het GRS-bericht bevat een aantal identificerende gegevens. Met deze identificerende gegevens kan de ontvanger de bijgevoegde digitale documenten koppelen aan een klantdossier. In bijlage 1 is een meer gedetailleerde toelichting opgenomen. Belangrijk punt van aandacht is dat de aanduidingen als polisnummer of schadenummer consequent op dezelfde wijze zijn genoteerd (dus bijv. geen voorloop nullen als dat bij de ADN PPR berichten ook niet het geval is) zodat de administratiesoftware van de ontvanger de juiste koppelingen kan maken.
-
Het uitgangspunt is dat per toegezonden document een aparte digitale bijlage is opgenomen. Dus bijvoorbeeld de polis, boekingsnota en begeleidende brief in drie verschillende digitale documenten en niet in 1 digitaal document. Dit is belangrijk omdat de verschillende documenten in het proces bij de ontvanger een andere afhandeling/archivering kennen. Omdat steeds meer ontvangers hun klanten digitaal de stukken toesturen, is het van belang dat waar van toepassing digitale documenten het logo bevatten en de groene kaarten ook op een ‘groen’ digitaal document staan.
-
Per bijgesloten document is de bijlagesoort aangegeven. De bijlagesoort speelt voor ontvangers een belangrijke rol bij het inregelen van de workflow om zo de documenten waar mogelijk geautomatiseerd te verwerken. Dit zorgvuldig toekennen is dus belangrijk. In bijlage 2 is een overzicht van onderkende bijlagesoorten opgenomen.
-
Per bijgesloten document is aangegeven voor wie dit document is bedoeld, intermediair (TP) of verzekeringnemer (VP). Tevens moet de verzender aangeven of een reactie is vereist (J/N). Ook deze aanduidingen zijn voor de ontvanger belangrijk voor het inregelen van de workflow en zo de documenten waar mogelijk geautomatiseerd te verwerken. De onderdelen (1), (3) en (4) worden meta-data genoemd. Dit is data die de bijgesloten documenten classificeert en het voor de ontvanger mogelijk maakt handmatig of geautomatiseerd de ontvangen stukken in te boeken/te verwerken binnen de administratiesoftware en/of eventuele aanpalende omgevingen.